Een liefdesbrief in blikken

Nog niet bewust van mijn aanwezigheid,
Loop je langzaam mijn richting op.
Ik kan naar je kijken zonder je blik te treffen;
Je voelt mijn ogen niet naar je staren.

In dit moment,
Waar ik de enige ben die kijkt,
Kan ik denken.
In jouw afwezigheid starten mijn gedachten,
Ondanks een rustige start begint het te razen.
Totdat je het leegt met je lach.

Mijn gedachten spreken voordat je het kunt horen.
De woorden vormen zonder ooit ontvangen te worden.
Maar, dat is niet erg.

Mijn woorden vormen mijn intenties, bepalen mijn gedrag.
Aan mijn ogen lees je mijn woorden, als je ziet in plaats van kijkt.

Soms zou ik je willen laten luisteren.
Luisteren naar de storm van woorden die zich nu vormt.
Zeg maar, een kijkje geven in het proces.
In het verhaal dat nu door jouw aanwezigheid wordt geschreven.

Misschien ook om te zorgen dat je mijn taal begrijpt.
En daarmee mij.

Mijn gedachten vormen vragen.
Wie wil ik zijn, wie wil ik dat jij ziet?
Wie is de persoon waar jij zo voor zal staan?
Als we op elkaar gericht zijn.
Langzaam vloeien de vragen over in een beschrijving.

In mijn ik aan jou.

Voor je staat iemand die je aankijkt, terugkijkt
Iemand die probeert meer te zien, meer dan gewoon te kijken
Die probeert te zien wat jij probeert te verbergen
Te verbergen met zoveel geweld

Voor je staat iemand die naast je wil staan
Die er altijd zal zijn
Die je wil steunen, helpen
Of het nou nodig is of niet
Omdat het samen leuker is

Voor je staat iemand die naar je lacht
Die blij wordt de overeenkomsten te zien
Die met plezier verliest
Die tegen je in gaat omdat het kan

Voor je staat iemand die daar graag zou willen zijn

[stilte]

Maar, in afwachting van jouw toenadering, veranderen mijn gedachten
Te bang om van het goede uit te gaan, dwalen mijn gedachten af
Langzaam verlaten de zuivere woorden mijn hoofd
En maken plaats voor het onrustige gevoel

De afwezigheid van de woorden voelt onnatuurlijk.
De woorden zijn ik.
En nu verlaten ze mij.

Naast je zou iemand kunnen staan.
Ik zou naast je kunnen staan,
Maar ik sta er nu niet
Het wordt steeds stiller.
Uiteindelijk niets meer dan gevoel.

Zou je willen dat ik er sta?
Vraag ik me, vervuld van onzekerheid, af.

Als je langzamer dichterbij komt treft mijn blik de jouwe.
Ik zie je lach.
Een lach die me normaal rust geeft,
Maar nu niet.

Ik zie je kijken maar je ziet het niet.
Je ziet me staan, mijn handen uitgestoken
Maar, loop je nu naar me toe of van me weg? — vraag ik me diep van binnen af.
Bij gebrek aan duidelijkheid doet elke stap pijn.
Bij elke stap weet ik niet in welke richting die gaat.

Maar, bedenk ik me in een vlaag van berusting,
In zo’n moment waar je waarlijk stilstaat en alleen maar lacht — Zonder echte reden.
Misschien moeten mijn woorden niet jouw overtuiging zijn.
Maar, moet ik me door hen laten leiden.

Misschien moet ik starten met lopen,
En dan kijken of je naast me stapt.
In plaats van een weg aan je te wijzen,
Of, zoals nu, op je staan te wachten.
Gewoon beginnen te lopen in mijn richting.
En dan kijken of het de onze wordt.
Een stap vooruit zetten.
En kijken of je die met mij wilt delen

[Ik start met lopen en] het is nu aan jou om te zien;
Te zien wat mijn blik al die tijd heeft uitgestraald.
Langzaam, komt mijn beweging op gang.
Bevrijd van de vragen, van de twijfel.
In een bepaald opzicht zelfs bevrijd van jou.

Het is nu aan jou, aan jou om te zien.
Het komt samen in mijn passen en mijn blik.
Aan jou de vrijheid, alle vrijheid, om met me mee te gaan.
Het is nu aan jou, aan jou om te zien.
Mijn liefdesbrief in blikken.



Terug naar het overzicht →

Reacties